Valencia

Es la tierra de las flores de la luz y del amor.

Is het land van bloemen, licht en de liefde.

Valencia

Tus mujeres todas tienen de las rosas el color.

Uw vrouwen dragen allen het rose als kleur.

Valencia

Al sentir como perfuma en tus huertas el azhar.

De oranjebloesems van uw platteland ruiken als parfum.

Quisiera

En la huerta Valenciana mis amores encontrar.

Op de Valenciaanse buiten ontmoet ik mijn geliefden.

 

Verliefd worden op Valencia…

Mario Lanza, Caruso, Placido Domingo en mindere goden bezongen steeds met bevlogen passie hun liefde voor deze stad. Opmerkelijk hierbij is dat het onderwerp van hun aanhankelijkheid slaat op bloemen, het licht, de bevallige dames en natuurlijk de liefde, what else ?

Nergens in deze lyric wordt de zee en haar strand aangehaald, het is net of dat ze niet bestaat. Valencia keert letterlijk de zee de rug toe, ze kijkt er met nauwelijks verholen dedain op neer.

Ofschoon haar playa’s unaniem en steevast worden gehonoreerd met het predicaat: “Mooiste stadsstranden van Spanje”, laat haar bestaan de stad redelijk onberoerd. In tegenstelling tot grote broer Barcelona, die via de ramblas de zee innig tegen de boezem drukt.

De badgast zal niet de illusie moeten koesteren als VIP onthaald te worden. Hij of zij wordt  gedoogd, weliswaar met respect maar toch: de oranjestad is op zijn ‘qui vive’ voor Benidormtoestanden. Het heeft geen enkele ambitie in die richting. Het past ook niet bij het stylisch imago dat ze zichzelf met graagte aanmeet.

Valencia koketteert met haar grandeur. Met panache en flair maakt ze haar gasten graag attent wat haar voornaamste troeven zijn.

Het referentiekader bij uitstek is natuurlijk haar historische binnenstad, de Calatrava-kathedralen, de Mercados, de Turia en de onvermijdelijke shoppingstreets. Al deze cultuurelementen zullen de stad nog in lengtes van jaren een behoorlijk dividend opleveren, mét bonus.

Jezelf blootstellen aan Valencia houdt risico’s in. Het is net als een bloedmooie vrouw die wéét dat ze knap is en zo – desnoods met een nukkig trekje – steeds de dingen naar haar hand weet te manipuleren.

En toch behoeft dit beeld een zekere mate van bijstelling. In de haast tien jaren dat de stad mij tolereert, ontdekt je met mondjesmaat andere, meer basische elementen die op z’n minst even karakteristiek zijn. Het is enkel zaak om oerhollandse denkpatronen los te laten en je te wentelen in een soort milde chaos.

Huur een fiets, trek langs de strandboulevard noordwaarts, richting Alboraya. Eens de moderne urbanisatie gepasseerd, kom je terecht in wat ik noem het ampersand (&) tussen oud en nieuw Valencia. Het is een in zichzelf gekeerde locatie met achtereenvolgens  verpauperde campings voor autochtonen, slordig aangelegde percelen land met onduidelijke gewassen en een haveloos zigeunerkampement. Dus: jouw inleveringsvermogen wordt wel degelijk op de proef gesteld.

Maar dan ontwaar je plots aan de oever van een rivier een stemmig oud wit kapelletje tussen de palmbomen. Dit gebedshuisje, genaamd “Ermita del Miracle dels Peixets” vrij vertaald: “Het mirakel van de vissen”, maakt door zijn eenvoud zulkdanige impressionante reacties los, dat je er stil van wordt.

En het wordt nog beter: via een roestige, scheefgetrokken oude brug bereikt je de overkant van de rivier en aan diens oever tref je een dertigtal visserswoningen aan. Allen zijn uniform in opzet en constructie, het zijn zowaar schoendozen die op hun kop zijn neergepoot. Ze meten amper 3 bij 4 meter mét verdiep, stokoud en gewild bij de rijke Valencianen die de woningen opwaarderen tot vakantiehuizen, zonder inbreuk te plegen op haar pittoreske looks. De bestemmingswijziging maakt me wat ongelukkig, maar zo worden deze woningen tenminste gered van de sloophamer.

Voor het volgende maak ik er meteen een meerkeuzevraag van.

Bevalt het nachtleven u ? Slechts één locatie: de trendy Ruzafawijk. Je treft er iedere avond enkel de autochtonen aan die tot in de vroege uurtjes buiten staan te tafelen en sociaal wezen te doen. Vooral in de bar UBIK ervaar je hoe ongedwongen er de kunst van het ‘savoir vivre’ wordt bedreven. DOEN !

Bent u meer het vroege vogel type ? Beslist de rommelmarkt op zondagochtend in de buurt van het Mestalla voetbalstadion aandoen. Een schat aan merkwaardige brocante en prullaria staan je op te wachten. Hoe vaak heb ik Ryanair hierbij niet verwenst met hun draconische 10 kg bagagedrempel !

Tenslotte, houdt u van romantiek ? Met graagte verwijs ik u naar Calle Montforte n° 1. Deze locatie herbergt een klein schattig stadspaleis met tuinen, van een speelse elegantie, die niet met woorden te bevatten zijn.

Dit alles is maar een losse greep aan bezienswaardigheden waarmee de stad charmeert. Na haast een decennia lang flaneren ontwaar ik nog steeds facetten van die boeiende stad die mijn gemoed doet balanceren tussen verwondering en ontroering.

Tenslotte nog dit: V wordt als B uitgesproken.

Dus niet: Valencia maar Balencia, niet Vamos a la playa, maar Bamos a la playa. Maar dit laatste hoeft niet per se, want zoals eerder reeds aangehaald: je doet er de stad geen plezier mee.

 

Joannes Van de Velde

 

Begrijp je al beter waarom zovele Vlamingen verliefd worden op Valencia? Blue Key helpt Vlamingen en Nederlanders investeren in de mooiste stad van Spanje.

Neem contact op met ons voor meer info.